← Alle gedachten

Mijn gedacht

Wie vrede wil, moet zich op vrede voorbereiden

Gepubliceerd · Bijgewerkt

Europa spreekt steeds vaker over oorlog alsof die bijna onvermijdelijk is. Rusland vormt zonder twijfel een reële dreiging en Europa moet zichzelf kunnen verdedigen. Maar tussen waakzaamheid en angstpolitiek ligt een groot verschil. In deze tekst vraag ik me af waarom we zoveel spreken over bewapening en afschrikking, en zo weinig over diplomatie, conflictpreventie en vrede. Want wie vrede wil, moet niet alleen voorbereid zijn op oorlog, maar vooral ook op vrede.

Oorlog als vanzelfsprekend toekomstbeeld

Ik merk dat ik steeds ongemakkelijker word van de manier waarop we in Europa over oorlog spreken. Alsof die oorlog al ergens klaarstaat. Alsof hij alleen nog een datum nodig heeft. Rusland zal aanvallen. Europa moet zich bewapenen. We hebben te lang van het vredesdividend genoten. We zijn naïef geweest. We zijn in slaap gevallen.

Misschien zit daar een deel waarheid in. Maar telkens wanneer zulke uitspraken bijna vanzelfsprekend worden, krijg ik de behoefte om vragen te stellen. Niet omdat ik Vladimir Poetin vertrouw. Niet omdat ik denk dat Rusland ongevaarlijk is. En ook niet omdat ik geloof dat vrede vanzelf ontstaat wanneer iedereen vriendelijk genoeg rond een tafel gaat zitten. Ik stel die vragen omdat oorlog te ernstig is om hem als een soort onvermijdelijke toekomst te aanvaarden.

Ik wil niet naïef zijn

Ik heb geen behoefte om Rusland te romantiseren. Het regime van Poetin heeft Oekraïne aangevallen. Het gebruikt geweld, intimidatie en dreiging als politieke instrumenten. Het internationaal recht wordt gerespecteerd zolang het goed uitkomt en opzijgeschoven wanneer het in de weg staat. Daar hoef ik geen doekjes om te winden. Ik vind dus ook niet dat Europa zichzelf weerloos moet maken. Een land of continent moet zich kunnen verdedigen. Grenzen moeten beschermd worden. Een mogelijke agressor moet weten dat geweld gevolgen heeft. Maar voor mij blijft verdediging een middel, nooit het doel.

Veel voorspellingen, weinig zekerheid

Wat mij stoort, is hoe gemakkelijk waarschuwingen veranderen in voorspellingen. We horen al maanden dat Rusland binnen enkele jaren Europa zou kunnen aanvallen. Dat is een scenario dat ernstig genomen mag worden. Maar ik hoor soms nauwelijks nog het verschil tussen kan aanvallen en zal aanvallen. En dat verschil is enorm. Ik vraag mij dan af, waarop zijn die voorspellingen precies gebaseerd? Welke informatie is publiek? Welke aannames worden gemaakt? Welke scenario’s zijn waarschijnlijk en welke zijn vooral theoretisch mogelijk? Dat zijn voor mij geen naïeve vragen, Integendeel. Als politici miljarden extra willen uitgeven aan defensie, als samenlevingen zich mentaal op oorlog moeten voorbereiden, dan vind ik dat we ook mogen vragen waarop die angst precies gebaseerd is.

Rusland is gevaarlijk, maar niet almachtig

Wat ik eveneens vreemd vind, is het beeld dat soms ontstaat van Rusland als een bijna onweerstaanbare militaire macht. Dat rijmt moeilijk met wat we al jaren in Oekraïne zien. Rusland slaagde er niet in Oekraïne snel te onderwerpen. De oorlog duurt al jaren. De verliezen zijn enorm. De terreinwinst verloopt langzaam en tegen een gigantische prijs, dat maakt Rusland niet minder gevaarlijk. Maar het zegt wel iets over de beperkingen van die militaire macht.

En dan kijk ik naar Europa.Wij hebben economische slagkracht, technologie, industrie, professionele legers en bondgenootschappen. Ja, er zijn tekorten. Ja, onze defensie is versnipperd. Ja, we hebben jarenlang te weinig geïnvesteerd in bepaalde capaciteiten. Maar ik weiger daaruit te besluiten dat Europa weerloos is.

Afschrikking is iets anders dan permanente angst

Ik kan aanvaarden dat sterke defensie oorlog kan helpen voorkomen. Als een tegenstander weet dat een aanval duur, moeilijk en waarschijnlijk onsuccesvol wordt, kan dat afschrikken. Dat lijkt mij rationeel.
Maar ik vraag mij ook af waar de grens ligt. Hoeveel bewapening is genoeg? Wanneer verandert defensie in een permanente wapenwedloop?
Het ene land bewapent zich omdat het zich bedreigd voelt. Het andere ziet dat en bewapent zich ook. Vervolgens wijst iedereen naar elkaar als bewijs dat nóg meer wapens nodig zijn.Dat patroon kennen we.
De vorige eeuw heeft er genoeg voorbeelden van nagelaten. Daarom wil ik niet alleen horen hoeveel tanks, raketten en munitie we nodig hebben.Ik wil ook horen hoe we verhinderen dat die wapens ooit gebruikt worden.

Ik mis diplomatie

Wat mij het meest stoort, ik hoor ontzettend veel over defensiebudgetten, over brigades, over luchtafweer, over munitieproductie. over paraatheid. Maar veel minder over diplomatie.
Niet omdat diplomatie niet bestaat. Wel omdat ze in het publieke debat veel minder gewicht lijkt te krijgen. Voor mij betekent diplomatie niet toegeven.Ik vind niet dat Oekraïne grondgebied moet afstaan omdat Rusland geweld gebruikt. Ik vind niet dat agressie beloond mag worden.

Maar ik geloof wel dat je met een vijand moet blijven spreken.Misschien zelfs juist met een vijand.
Ik wil dat Europa duidelijk zegt: Tot hier, dit accepteren wij niet. deze grenzen zullen worden verdedigd.

Maar ik wil ook dat Europa zegt:

Wij willen geen oorlog, wij willen afspraken, wij willen voorspelbaarheid, wij willen mechanismen die voorkomen dat een incident verandert in een escalatie.

Voor mij is dat geen zwakte. Dat is verantwoordelijkheid!

Wie vrede wil, moet zich ook op vrede voorbereiden

Ik hoor vaak de uitspraak:

Wie vrede wil, moet zich voorbereiden op oorlog.

Ik begrijp de redenering, maar ik vind ze onvolledig. Ik zou ze willen aanvullen:

Wie vrede wil, moet zich ook voorbereiden op vrede.

En vrede vraagt meer dan goede bedoelingen. Ze vraagt sterke diplomatie. Wapenbeheersing. Communicatiekanalen. Internationale afspraken. Onderhandelaars. Conflictpreventie. Economische en culturele contacten waar die mogelijk zijn. Mensen die jarenlang werken aan akkoorden waarvan niemand ooit spectaculaire beelden op televisie ziet.

Een raket kun je fotograferen. Een oorlog die dankzij diplomatie nooit uitbreekt niet. Misschien verklaart dat waarom het ene zoveel meer aandacht krijgt dan het andere.

Geen vrede tegen elke prijs

Ik wil daar ook duidelijk in zijn. Ik geloof niet dat vrede altijd tegen elke prijs bewaard moet worden.
Soms moet je weerstand bieden. Soms moet je grenzen trekken. Soms moet je duidelijk maken dat geweld niet beloond wordt. Vrijheid heeft waarde. Zelfbeschikking heeft waarde. Internationaal recht heeft waarde. Maar precies daarom wil ik niet dat we oorlog behandelen alsof hij automatisch de meest realistische optie is en vrede een soort naïeve hobby. Voor mij is vrede geen afwezigheid van ruggengraat. Vrede is iets waaraan gewerkt moet worden. Elke dag opnieuw.

Ik wil niet leren leven met een onvermijdelijke oorlog

Dat is uiteindelijk misschien mijn grootste bezwaar. Ik wil niet dat mijn continent langzaam went aan het idee dat een oorlog met Rusland vroeg of laat toch komt. Want zodra we oorlog als onvermijdelijk beginnen te zien, verandert ook onze politiek. Dan wordt iedere militaire investering logisch. Iedere escalatie begrijpelijk. Iedere diplomatieke poging verdacht. En voor we het weten bereiden we ons niet langer voor om oorlog te voorkomen, maar vooral om hem beter te kunnen voeren. Daar wil toch niemand naartoe?

Ik wil een Europa dat sterk genoeg is om zichzelf te verdedigen. Maar ook verstandig genoeg om voortdurend naar uitwegen te zoeken. Ik wil leiders die duidelijke grenzen trekken én deuren openhouden. Ik wil dat we Rusland wantrouwen waar dat nodig is, maar blijven praten waar dat mogelijk is. Ik wil geen vrede gebouwd op illusies. Ik wil vrede gebouwd op realisme, kracht, diplomatie en geduld.

En misschien vooral op de overtuiging dat oorlog nooit een natuurwet is.Oorlogen worden door mensen begonnen, dus kunnen mensen ook proberen ze te voorkomen.

Daarom blijf ik erbij:

wie vrede wil, moet zich voorbereiden op vrede.

Niet met gesloten ogen. Maar juist met de ogen wijd open!

← Terug naar Mijn gedacht